Wie een nieuwe televisie zoekt, ziet in elke winkel drie afkortingen terugkomen. OLED, QLED en LED klinken bijna hetzelfde, maar het beeld ontstaat telkens op een andere manier. Het verschil tussen OLED, QLED en LED zit namelijk in de vraag waar het licht vandaan komt. Bij twee van de drie zit een aparte lichtbron achter of naast het paneel. Bij de derde geeft elke pixel zijn eigen licht. Dat ene verschil bepaalt het contrast, de helderheid en de prijs.
LED als basis van de moderne tv
Een LED-tv is een LCD-scherm met kleine leds als achtergrondverlichting. Die leds zitten achter of langs de rand van het paneel. De vloeibare kristallen in het paneel bepalen vervolgens hoeveel licht per pixel doorkomt. Een led is een lichtgevende diode. Diezelfde techniek vormt de basis van het verschil tussen een ledlamp en een gloeilamp.
In een gewone LED-tv heeft de achtergrondverlichting wel een nadeel. Het licht blijft ook achter donkere delen van het beeld branden. Zwart oogt daardoor in een donkere kamer eerder grijs. Buiten de tv vind je leds steeds vaker in lampen, omdat ze minder warm worden dan gloeilampen en weinig stroom verbruiken. Wil je de verlichting in je woonkamer ook vervangen? Bij een geverifieerde online ledverlichtingsspecialist vind je ledlampen voor binnen en buiten in uiteenlopende stijlen.
QLED bouwt verder op dezelfde LED-basis
QLED staat voor Quantum Dot LED. Een QLED-tv gebruikt net als een LED-tv achtergrondverlichting. Tussen dat licht en het paneel zit echter een extra laag met nanokristallen, de quantum dots. Die kristallen zetten het licht om in zuivere kleuren. Zo haalt een QLED-tv een groter kleurvolume dan een gewone LED-tv. Ook de helderheid ligt hoog, waardoor het beeld goed zichtbaar blijft in een lichte kamer. Voor de zwartweergave is een QLED-tv wel afhankelijk van het achtergrondlicht.
Waar mini-LED in dit rijtje past
Mini-LED is geen aparte schermsoort. Het is een fijnere vorm van achtergrondverlichting met duizenden kleine leds. Die leds worden per zone gedimd of uitgezet. Dat heet local dimming. Je komt mini-LED tegen in QLED-tv’s, maar ook in andere LED-tv’s. Het contrast komt daarmee dichter bij dat van OLED.
OLED werkt zonder achtergrondlicht
Bij OLED geeft elke pixel zelf licht. De afkorting staat voor Organic Light Emitting Diode. Het scherm bevat organisch materiaal dat oplicht zodra er stroom doorheen loopt. Een pixel die uitstaat, is dus echt zwart. Dat levert een contrast op dat schermen met achtergrondverlichting niet helemaal halen. Ook de kijkhoek is breed, zodat het beeld vanaf de zijkant nauwelijks verandert.
Daar staan twee nadelen tegenover. Een OLED-scherm haalt doorgaans een lagere piekhelderheid dan QLED. Daarnaast bestaat er een kleine kans op inbranden. Een vast beeld, zoals een zenderlogo, blijft dan zwak zichtbaar op het scherm. Bij QLED speelt dat risico niet. Dat maakt inbranden een belangrijk onderdeel van het verschil tussen OLED en QLED. Bij OLED beperken fabrikanten het risico wel met ingebouwde beschermfuncties.
De drie schermtechnieken naast elkaar
Het verschil tussen OLED, QLED en LED wordt het duidelijkst als je de eigenschappen naast elkaar zet.
| Eigenschap | LED | QLED | OLED |
|---|---|---|---|
| Lichtbron | Leds achter het paneel | Leds met een laag quantum dots | Elke pixel geeft zelf licht |
| Zwartweergave | Grijzig in het donker | Beter, maar niet volledig zwart | Volledig zwart |
| Helderheid | Lager dan QLED | Hoog | Lager dan QLED |
| Kijkhoek | Afhankelijk van het paneel | Minder breed dan OLED | Breed |
| Inbranden | Geen risico | Geen risico | Klein risico |
| Prijsniveau | Meestal het laagst | Lager dan OLED | Doorgaans het hoogst |
De schermtechniek zegt overigens niets over de scherpte van het beeld. Daarvoor kijk je naar het verschil tussen 4K- en 8K-tv’s, want resolutie staat los van de lichtbron.
Welke tv past bij jouw kijkruimte?
Kijk je vooral overdag tv in een woonkamer met grote ramen? Dan komt de hoge helderheid van QLED goed van pas. Het beeld blijft helder en reflecties vallen minder op. Gaat de tv vooral ’s avonds aan voor films in een donkere ruimte? Daar haalt OLED meer uit donkere scènes. Voor een slaapkamer of tweede tv volstaat een gewone LED-tv vaak prima.
Ook de verlichting in de kamer telt mee. Een lamp die direct op het scherm schijnt, zorgt voor hinderlijke weerspiegelingen. Zachte verlichting die gelijkmatig door de ruimte valt, voorkomt dat beter. Met kennis van hoe diffuus licht verschilt van gericht licht, plaats je lampen zo dat ze niet op het scherm schijnen.
Drie misverstanden over OLED, QLED en LED
Door de vergelijkbare namen ontstaan snel misverstanden. Drie voorbeelden op een rij:
- QLED is een variant van OLED. Dat klopt niet. Een QLED-tv gebruikt achtergrondverlichting met een laag quantum dots, terwijl bij OLED elke pixel zelf licht geeft.
- Elke tv kan inbranden. Dat risico speelt alleen bij OLED, vooral bij urenlang hetzelfde stilstaande beeld. LED- en QLED-tv’s hebben daar geen last van, omdat hun pixels geen eigen licht geven.
- De duurste tv geeft altijd het beste beeld. Dat hangt af van je kijkruimte. In een lichte woonkamer komt een QLED-tv door de hoge helderheid vaak beter uit dan een duurdere OLED-tv.
Beeld kiezen begint bij je eigen kijkgewoonten
Het verschil tussen OLED, QLED en LED draait om de lichtbron. LED en QLED werken met een aparte lichtbron achter of naast het paneel, terwijl bij OLED elke pixel zelf oplicht. Daaruit volgen de verschillen in zwartweergave, helderheid en prijs. Zet die eigenschappen naast je eigen kijkruimte en kijkmomenten, dan wordt de keuze een stuk overzichtelijker.








