Een aardlekschakelaar en een kortsluitautomaat beschermen allebei je elektrische installatie, maar ze doen dat op een heel andere manier. De aardlekschakelaar beschermt mensen tegen lekstroom, terwijl de kortsluitautomaat de bedrading beschermt tegen overbelasting en kortsluiting. Combineer je beide beveiligingen in één apparaat, dan heb je een aardlekschakelaar kortsluitautomaat, beter bekend als aardlekautomaat. Daardoor worden de termen regelmatig door elkaar gebruikt, wat goed te begrijpen is. Dit artikel legt uit wat elk apparaat doet, wat het verschil is en wanneer je welke variant nodig hebt.
Wat doet een aardlekschakelaar?
Een aardlekschakelaar beschermt mensen tegen gevaarlijke lekstroom. Hij meet voortdurend het verschil tussen de stroom die via de fasedraad binnenkomt en de stroom die via de nuldraad terugkeert. Als die twee waarden niet gelijk zijn, weet de schakelaar dat er stroom weglekt. Dat kan gebeuren als iemand een defect apparaat aanraakt en de stroom via het lichaam naar de aarde stroomt. De schakelaar grijpt dan direct in en onderbreekt de stroomkring.
De standaard gevoeligheidsdrempel voor woningen is 30 mA. Dat klinkt weinig, maar een stroom van 30 milliampère door het lichaam is al gevaarlijk genoeg om snel te reageren. Er zijn twee uitvoeringen: een 2-polige variant voor een enkelfasige installatie en een 4-polige variant voor een driefasige installatie. Belangrijk om te weten: een aardlekschakelaar biedt geen bescherming tegen overbelasting of kortsluiting, daarvoor heb je een ander apparaat nodig. Achter elke elektrische installatie zitten elektrotechniek en installatietechniek, twee vakgebieden die dichter bij elkaar liggen dan je denkt.
Wat doet een kortsluitautomaat?
Een kortsluitautomaat, ook wel installatieautomaat of groepszekering genoemd, beschermt de elektrische installatie zelf. Hij bewaakt elke groep in de groepenkast en grijpt in bij twee situaties: overbelasting en kortsluiting. Overbelasting ontstaat als er te veel apparaten tegelijk op één groep zijn aangesloten, waardoor de draad te warm wordt. De kortsluitautomaat schakelt dan langzaam uit via thermische uitschakeling, waarbij de warmte van een bimetaalstrip de schakelaar activeert.
Kortsluiting werkt anders, want daarbij ontstaat een directe, onbedoelde verbinding tussen de fase- en nuldraad. Daardoor loopt er in een fractie van een seconde heel veel stroom door de draad. In dat geval reageert de kortsluitautomaat razendsnel via magnetische uitschakeling, waarbij een sterke magneet de schakelaar direct opent. Een 16A kortsluitautomaat schakelt uit zodra er meer dan 16 ampère door de groep loopt. Voor groepen met zware apparaten, zoals een elektrische oven of een laadpaal, is soms een 20A of 25A uitvoering nodig.
Een kortsluitautomaat beschermt niet tegen lekstroom, dus daarvoor heb je een aardlekschakelaar nodig. Een combinatie van beide functies, de aardlekschakelaar kortsluitautomaat, biedt dan ook een completere beveiliging in één apparaat.
Wat zijn de belangrijkste verschillen?
Het kernverschil zit in wat elk apparaat beschermt. Een aardlekschakelaar beschermt mensen: hij voorkomt dat iemand een gevaarlijke stroomschok krijgt als er lekstroom optreedt. Een kortsluitautomaat beschermt de installatie: hij voorkomt dat bedrading oververhit raakt of beschadigt door te veel stroom. De twee apparaten vervangen elkaar niet en een veilige elektrische installatie heeft allebei nodig.
Kom je de term aardlekschakelaar-kortsluitautomaat tegen bij een installateur of in een productoverzicht, dan gaat het vrijwel altijd om de gecombineerde aardlekautomaat. Dit is één apparaat dat de functies van beide componenten in één behuizing combineert. Het zijn dus geen twee losse apparaten naast elkaar, maar één geïntegreerd geheel met twee beveiligingsfuncties tegelijk. Een installateur zoals D.E.W Elektricien adviseert je professioneel over de juiste keuze voor jouw situatie en helpt bij de installatie.
Wanneer kies je voor welke oplossing?
Een aardlekautomaat is een goede keuze als je elke groep in de meterkast apart wilt beveiligen. Dat is handig in kleinere installaties of als er beperkte ruimte beschikbaar is. Omdat één apparaat twee functies heeft, heb je minder onderdelen nodig en is de installatie overzichtelijker. In een caravan of camper zie je de gecombineerde variant daarom vaak terug, omdat de verdeelkast daar compact moet blijven.
In grotere woningen of utiliteitsgebouwen is het soms logischer om één losse aardlekschakelaar te plaatsen. Die bewaakt dan meerdere groepen tegelijk, in combinatie met aparte kortsluitautomaten per groep. Dat geeft meer flexibiliteit bij het indelen van de groepenkast, maar het nadeel is dat alle groepen tegelijk uitvallen als de aardlekschakelaar uitschakelt. Bij losse aardlekautomaten per groep valt alleen de betreffende groep weg.
Laat deze afweging altijd maken door een erkend installateur, zeker omdat een woninginstallatie moet voldoen aan de NEN1010-norm. Bij zware apparaten bepaalt het verschil tussen krachtstroom en een reguliere stroomvoorziening mede welke kortsluitautomaat je nodig hebt.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een aardlekschakelaar en een aardlekautomaat?
Een aardlekschakelaar beschermt alleen tegen lekstroom en heeft per groep een aparte kortsluitautomaat nodig. Een aardlekautomaat combineert beide functies in één apparaat: hij beschermt zowel tegen lekstroom als tegen overbelasting en kortsluiting. Bij een aardlekautomaat heb je dus geen aparte kortsluitautomaat meer nodig voor die groep.
Heb ik zowel een aardlekschakelaar als een kortsluitautomaat nodig?
Ja, een veilige installatie heeft beide beveiligingen nodig, omdat ze tegen verschillende gevaren beschermen en elkaar aanvullen. Je kunt ze apart installeren of kiezen voor een aardlekautomaat die beide functies combineert. Welke oplossing het beste past, hangt af van de grootte en opzet van je installatie. Bij brandveiligheid zie je hetzelfde bij een brandmelder en een rookmelder: elk apparaat heeft een eigen functie die je niet zomaar kunt verwisselen.
Wat betekent 30 mA bij een aardlekschakelaar?
30 mA is de gevoeligheidsdrempel van de schakelaar. Zodra er 30 milliampère of meer weglekt naar een onbedoelde plek, schakelt het apparaat de stroom uit. Dit is de standaardwaarde voor persoonsbeveiliging in woningen, omdat een stroom van 30 mA door het lichaam al gevaarlijk kan zijn.
Welke ampèrewaarde heeft een kortsluitautomaat nodig?
Voor standaard huishoudelijke groepen is 16A de meest gebruikte waarde. Voor groepen met zware apparaten zoals een elektrische oven of laadpaal wordt soms 20A of 25A gebruikt. De juiste waarde hangt af van de apparaten die op die groep zijn aangesloten en moet worden afgestemd met een erkend installateur.







